Nieuwsitems

Tot nader bericht geen informatie uit UBO-register

24 november, 2022

Op grond van de Handelsregisterwet is bepaalde informatie over een UBO voor iedereen toegankelijk. Deze mogelijkheid is gebaseerd op een Europese Richtlijn. Het Europese Hof van Justitie heeft echter op 22 november 2022 geoordeeld dat de bepaling in de Europese Richtlijn op grond waarvan het publiek in alle gevallen toegang moet hebben tot informatie over de UBO, ongeldig is. Naar aanleiding van dit arrest heeft de minister van Financiën aan de Kamer van Koophandel opgedragen tot nader bericht geen informatie te verstrekken uit het UBO-register. De minister gaat nu in overleg met de Europese Commissie om te bezien welke informatie wel kan worden verstrekt. Opgemerkt wordt dat het arrest niet van invloed is op de plicht om UBO’s te registreren.

Onwaardigheid in het erfrecht

13 oktober, 2022

Kent u de casus nog, recent uit het nieuws? Een man had zijn echtgenote om het leven gebracht, en in de strafrechtelijke procedure werd geoordeeld dat hij met opzet had gehandeld en zich schuldig had gemaakt aan doodslag. De man werd echter ontslagen van rechtsvervolging omdat de doodslag als gevolg van een ziekelijke stoornis (psychose) niet aan hem kon worden toegerekend. Wel werd er TBS opgelegd.

Vervolgens heeft Rechtbank in een civielrechtelijke procedure geoordeeld dat de man niet onwaardig is om de nalatenschap van zijn echtgenote te erven. Volgens de Rechtbank moet op grond van de tekst van artikel 4:3 BW en de parlementaire geschiedenis worden geconcludeerd dat de wetgever ervoor heeft gekozen om geen onwaardigheid te laten intreden in het geval dat een strafbaar feit niet aan de dader kan worden toegerekend vanwege een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.

Over het vonnis van de Rechtbank zijn vanuit de Tweede Kamer vragen gesteld aan de minister voor Rechtsbescherming omdat de uitspraak als zeer onrechtvaardig wordt ervaren. De minister geeft in zijn antwoord onder meer aan dat tegen het vonnis hoger beroep is ingesteld zodat hij daarover geen uitspraken kan doen. Wel is hij in algemene zin het ermee eens dat het zeer onrechtvaardig voelt dat iemand van wie bewezen is verklaard dat hij zijn echtgenote om het leven heeft gebracht en daarvoor de maatregel TBS heeft opgelegd gekregen, nog aanspraak zou kunnen maken op haar erfenis. Voor de overige nabestaanden is dit heel pijnlijk. Hij snapt dan ook de maatschappelijke verontwaardiging die is ontstaan.

Volgens de minister is het vonnis van de Rechtbank vergelijkbaar met een uitspraak van Hof Amsterdam van 13 mei 1976, waarin werd geoordeeld dat van een veroordeling die tot onwaardigheid leidt, geen sprake is als de erfgenaam wegens zijn geestestoestand niet strafbaar is verklaard en de opname in een psychiatrisch ziekenhuis wordt bevolen. In de rechtspraak zijn echter enkele gevallen bekend waarin erfgenamen, ondanks dat zij juridisch niet onwaardig waren, toch geen voordeel uit de nalatenschap konden trekken omdat dit zodanig indruist tegen het rechtsgevoel en strijd oplevert met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Uit deze uitspraken volgt dat niet gezegd kan worden dat artikel 4:3 BW in de rechtspraak steeds zeer strikt wordt uitgelegd. De maatstaven van redelijkheid en billijkheid bieden de rechter ruimte om vanwege de bijzondere omstandigheden van het geval iemand een erfenis te ontzeggen.

Omdat tegen het eerstgenoemde vonnis van de Rechtbank hoger beroep is ingesteld, wil de minister eerst de uitkomst in deze procedure afwachten voordat hij een onderzoek gaat instellen of het nodig is om de onwaardigheidsgronden van artikel 4:3 BW uit te breiden.

Voor nieuwe periodieke giften aan ANBI’s gaat een maximumaftrek gelden

5 oktober, 2022

Gisterenmiddag heeft het kabinet voorgesteld om de aftrek van periodieke giften (artikel 6.34 Wet IB) te maximeren op € 250.000 per kalenderjaar. Voor fiscale partners is dit maximum van toepassing op de periodieke giften van hen tezamen. Voor de duidelijkheid wordt tevens opgemerkt dat het plafond van € 250.000 exclusief de multiplier is voor giften aan culturele instellingen als bedoeld in artikel 6.39a Wet IB 2001.
De aanpassing in de giftenaftrek zal ingaan per 1 januari 2023. Daarbij geldt een uitzondering voor op 4 oktober 2022, 16.00 uur reeds aangegane verplichtingen tot het doen van een periodieke gift. Dit tijdstip is ook het moment waarop het persbericht waarin de begrenzing van de aftrek van periodieke giften wordt aangekondigd, is gepubliceerd. Door aan te sluiten bij dit tijdstip wordt anticipatiegedrag voorkomen. De uitzondering voor de op 4 oktober 2022, 16.00 uur bij notariële of onderhandse akte van schenking aangegane verplichting tot het doen van periodieke giften is van toepassing tot en met 31 december 2026. Deze giften zijn, mits wordt voldaan aan de voorwaarden, nog vier kalenderjaren na de totstandkoming van die overeenkomst volledig aftrekbaar.

De aanleiding voor invoering van een maximum is het Interdepartementaal beleidsonderzoek Vermogensverdeling (IBO) dat onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd. Hierbij is ook ingezoomd op opmerkelijk gebruik van fiscale regelingen waaronder de aftrek van grote periodieke giften aan een algemeen nut beogende instelling. Uit de aangiften 2019 en 2020 (de meest recente cijfers) blijkt dat het aantal extreem hoge periodieke giften is toegenomen. Met extreem hoge giften wordt gedoeld op periodieke giften van meer dan € 1 miljoen. In de praktijk zijn giften soms zelfs aanzienlijk hoger dan € 1 miljoen. Tegenover die extreem hoge giften staat vervolgens ook een hoog inkomen waardoor het belastbare inkomen per saldo sterk gereduceerd of zelfs tot nihil teruggebracht wordt. De regering is van mening dat het maatschappelijk ongewenst is om een giftenaftrek te verlenen voor zulke hoge giften.